Leve de grote stad

« Voorgaand artikel | Overzicht | Volgend artikel »

 Monument
19 mei 2005

Het is zestig jaar na de bevrijding. Nu ik dit schrijf geven kranten en televisie beelden van het grote monument voor de holocaust, in Berlijn. 2711 betonnen zuilen. Er is discussie over. Of dit het nu is. Waarom zo groot, waarom geen namen. Waarom niets over de oorzaak, niets over de schuldigen, waarom niets over het waarom. Er is discussie over de vraag of het Ć¼berhaupt kan, een monument voor de holocaust. Ik weet het niet, ik geloof dat Peter Eisenman, de ontwerper, heel goed wist wat hij deed. En ik zal als ik in Berlijn ben tussen de stenen door lopen. Maar thuis, in mijn binnenkamer, zoek ik een ander monument, een kleintje. Het is een gedicht, van Frans Pointl. Het gaat zo:

Moeder

hoe de doden in haar woelden
's nachts ijlde ze hun namen af
henriƫtte, fanny, vader, mams
serah, simon, martha, sem!
ik amper dertien beluisterde
angstig ademloos die dodendraf
in haar ontmenselijkte stem
dan stond ze op
lopend dromend
trok de koffer vanonder het bed
verwilderd krijsend: razzia razzia!
dan hield ik haar staande
roepend het is 1946 1946
en voorbij voorbij
in haar bleef het klagend gaande
zoals zij gaande en klagend
blijft in mij

Herman Meijer

Dit artikel verscheen in jet Juni-nummer van Reveil