Leve de grote stad

« Voorgaand artikel | Overzicht | Volgend artikel »

 Over ras (13)
2 januari 2019

Is racisme gewoon een vorm van xenofobie?

Het wordt vaak zo gedacht. Maar mij lijkt xenofobie niets anders dan een verhevigde werking van ons alarmsysteem, het instinct dat ergens in ons reptielenbrein moet huizen. Het was onlangs gaaf in beeld op het afgelegen eiland Noord-Sentinel. De bewoners schoten met pijl en boog een zendeling dood die ongevraagd aan land kwam. Hun xenofobie is waarschijnlijk functioneel, omdat zij tegen allerlei gewone ziekten niet immuun zijn.

Racisme maakt zeker gebruik van xenofobie. Het groepeert in de gedaante van een 'ras' verzamelingen van anderen die op relevante terreinen - cultuur, religie, mentaliteit - met 'ons' incompatibel zijn. Door die groepering geeft het onze vrees voor verlies van eigenheid, van bestaanszekerheid en van sociaal vertrouwen een gezicht. De onderliggende angst wordt gericht op een als vijandig herkenbaar gemaakte ander, een niet met 'onze soort' verenigbare 'andere soort'. Deze kunnen we dus van nu af aan 'zien' omdat het racisme haar voor ons zichtbaar maakt.

Racisme is primair een vorm van machtsuitoefening, die begint met benoemen. Deze komt bovenop het voor mensen gewone onderscheid tussen eigen en vreemd en is niet onschuldig. Ze is juist tegengesteld aan de tendens dat vreemd door de dagelijkse omgang meer eigen wordt. Wie bijvoorbeeld de aanzet tot de genocide in Rwanda bestudeert, of de aanzet tot de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië, ziet dat de eeuwenlange gewenning aan de onderlinge verschillen systematisch wordt tegengewerkt door propaganda, die de verschillen weer tot tegenstellingen maakt. In Joegoslavië moesten scholieren die bij elkaar in de klas zaten van de ene week op de andere onderscheid maken tussen 'Serven' en 'Kroaten.' Als hun ouders van verschillende afstamming waren moesten ze kiezen. Hun taal, het Servo-Kroatisch, werd gesplitst in Servisch en Kroatisch (en Bosnisch). Tot in Nederland toe raakten Joegoslavische verenigingen opgesplitst.

In Rwanda ging aan de massaslachting door opgehitste Hutu's maandenlange radiopropaganda vooraf, waarin de Tutsi's consequent als kakkerlakken werden beschreven, die verdelgd moesten worden.

In Duitsland gebruikten de nazi's negen jaar - van 1933 tot 1942 - om van Duitsers eerst Joodse Duitsers te maken, vervolgens Duitse Joden en toen Joden zonder meer, voordat ze tot de definitieve oplossing van het 'Joodse vraagstuk' besloten. Van onderscheiden naar uitsluiten en van uitsluiten naar uitroeien.

Racisme kan niet zonder regie. Het is geen spontaan fenomeen. Wie gewone mensen racistische taal hoort uitkramen stuit op een echo 'van boven.' Alledaags racisme is een gepolitiseerd verschijnsel. Het is een vorm van in gebruik genomen xenofobie. Zonder de jarenlange campagne van Wilders zou je op straat en in de (sociale) media niet uit de mond van anderen horen 'waar moslims op uit zijn.' Er moet zogezegd eerst door een staatsorgaan gewaarschuwd worden voor gevaar, voordat de mensen het zien.

Dit wil niet zeggen dat 'gewone mensen' geen racist kunnen zijn, zoals juist politici gaarne beweren. Het zegt alleen dat mensen niet van nature racist zijn. Ras is immers een aangeleerd onderscheid. Of, iets voorzichtiger gezegd: de betekenis ervan is aangeleerd. En dat wil zeggen dat steeds aan de micropolitiek van het mensen onder elkaar iets van macropolitiek voorafgaat. Dat kunnen geopolitieke acties zijn, regeringspropaganda of partijpropaganda. In alle gevallen is er in de openbaarheid een vijand aangewezen.

Wie racisme wil bestrijden zal zich dus altijd twee dingen moeten afvragen: wat wekt de xenofobie en wat (of wie) maakt er racisme van? Het antwoord op de eerste vraag zegt iets over de maatschappelijke verhoudingen waarin mensen verkeren. Het antwoord op de tweede vraag zegt iets over de beïnvloeding die wij ondergaan.